Ontleend aan een artikel ‘Oprichting F.E.D.’. Auteur: Frits H. Hensel.

Het was koud en tochtig in het veel te kleine gebouw aan de Pieter de Hoochweg 122 achter het Belastingkantoor. Toch kon men er in de stilte laat op de maandagmiddagen nog een aantal goed in het pak gestoken heren aantreffen, druk pratend over voor- en naheffingen. Het is niet meer precies na te gaan, maar waarschijnlijk door ruimtegebrek, had de nieuwste loot aan de Nederlandse Economische Hogeschool de meest onmogelijke uren toegewezen gekregen. De hele maandag volgden de colleges belastingrecht en openbare financiën elkaar op en de dag werd nog een afgerond met een fiscaal practicum. Natuurlijk werden er wel argumenten gezocht om dit te verdedigen zoals het concentreren van de colleges speciaal voor diegenen die toen als theorie en praktijk probeerden te combineren. Dit geloofde echter geen mens, zeker na een hele dag aaneengesloten college lopen.

Terugkijkend was het toch eigenlijk niet zo’n slechte zaak, want al gauw bleek dat we niet van ophouden wisten. De discussies werden steeds vaker na afloop van het practicum voortgezet, maar helaas waren we daarvoor bij de ”Volksbond tegen het drankmisbruik” niet meer welkom. De verveloze en vervallen koffiekamer werd schoongemaakt en voor de voortzetting van onze gesprekken werden we naar Café de Brasserie aan de Claes de Vrieselaan gedreven. Daar werd aan de leestafel de basis voor ons dispuut gelegd. In snel tempo werden vele fiscale problemen opgelost en werden er nog meer gecreëerd.

In deze begintijd was het zowel voor studenten naar stelling, maar stellig ook voor hoogleraren en wetenschappelijke staf een zoeken naar de juiste formule voor de fiscaal economische studierichting. Door het uiterst plezierige contact dat wij ook na afloop van de colleges onderling hadden verliep dit zoeken erg harmonieus. In een tijd van actiegroepen en opkomende inspraak was dit iets zeer bijzonders. In Vakgroepen waar men inspraak eiste en in de toenmalige Rotterdamse Studenten Raad verbaasde men zich erover dat ”die jongens van de fiscale richting” zich daar helemaal niet over konden opwinden. Het overleg was er bij ons gewoon al en gezamenlijk dopten we onze eigen boontjes.

Zoals het goede Hollanders betaamt kan dit alles natuurlijk niet ongeorganiseerd worden voortgezet en ziedaar…… het Fiscaal Economisch Dispuut compleet met bestuur was ontstaan.