Ontleend aan het artikel “De oprichting van het Fiscaal-Economisch Instituut” in het tweede lustrumboek van F.E.D. 1978. Auteur: Dr. J.C.L. Huiskamp.

Op 24 maart 1970 keurden Curatoren van de Nederlandse Economische Hogeschool het reglement goed; het F.E.I. was geboren, het initiatief van de toenmalige hoogleraren in de fiscaal economische richting, A.L. Brok, J.H. Christiaanse en W. Drees Jr. was gehonoreerd. Het F.E.I. toonde zich aan de wereld als een bijzondere universitaire telg. Met een zekere eigenwijsheid verkondigde het, dat het niet van plan was in het onderwijs te verdrinken; het wilde onderzoek doen en alleen aan het onderwijs bijdragen voorzover dit verband hield met het onderzoek. Enkele fulltime onderzoekers konden worden aangetrokken; de dagelijkse leiding van het Instituut beruste bij een lector, die werd vrijgesteld van het geven van colleges en een Raad van Advies werd ingesteld, die het F.E.I. met raad en daad zou bijstaan. De leden van de Raad van Advies kwamen niet alleen uit universitaire kring, maar ook van daarbuiten: het bedrijfsleven, de vakvereniging, het belastingconsulentenberoep en het Ministerie van Financiën.

Het te verrichten onderzoek werd uitvoerig in kaart gebracht en wat in die dagen uniek was, de projekten werden naar tijd en mankracht geprogrammeerd. Periodiek vond een aanpassing aan de realiteit plaats en de verschillen tussen de begrote en werkelijke tijd werden geanalyseerd. Men zou kunnen zeggen, het instituut paste reeds normeringsmodellen toe in een tijd toen het leek, dat iedere cent aan een universiteit besteed, een nuttige investering was.

Het reglement omschreef de taken van het instituut. Naast het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, het – zij het bij wijze van uitzondering – verrichten van onderzoek ten behoeven derden en het onderhouden van wetenschappelijke contacten, ook op internationaal niveau, werd vermeld: het bekwamen van studenten in methoden van wetenschappelijk onderzoek op fiscaal-economisch gebied. Deze laatste taak uitte zich in het geven van mogelijkheid aan studenten tot het verrichten van literatuuronderzoek. Een speciale aantekening op de doctoraal-bul kon echter niet worden geplaatst. Het verschijnsel van een research-aantekening, waarop thans landelijk wordt gestudeerd, bestond niet. Het literatuuronderzoek kon alleen dienstbaar zijn als (tijdrovend) scriptie-onderzoek. Vele studenten moesten afhaken, alleen ”joint-production” bleek succesvol. Helaas, enige jaren geleden bleek de faculteit met een gezamenlijke, ondeelbare scriptie, niet ingenomen. Moeten we nu echt wachten op de invoering van een post-doctorale research aantekening? Of zijn er toch andere mogelijkheden?

De WUB-storm, de herprogrammering en de orkaan van de afnemende financiën razen thans over de universiteit en daarmede over het F.E.I., om de bij de oprichting opgedragen taken volledig te kunnen continueren zullen de zeilen moeten worden bijgesteld, maar het in N.E.H.-tijd opgerichte instituut heeft het N.E.H. devies: stevig onder de stormen, meegekregen. Het congres van vandaag wekt het vertrouwen, dat indien gezamenlijk in harmonie de touwen worden bediend, zelfs een orkaan kan worden bedwongen.